Een springlevend reliek: de Vicarie van het Sint-Jeroensaltaar en 500 jaar Rotterdam
Op zaterdag 5 april 2025, een zonovergoten dag, organiseerde het bestuur een Vicariedag in de Elie van Rijckevorselzaal van het Wereldmuseum in Rotterdam. Uitkijkend over de Maas, Hotel New York en de Erasmusbrug waren 39 leden van de familie aanwezig. Iedereen werd ontvangen met koffie en thee en kreeg een blauwe sticker (voor de nazaten van Agaath Betz) of een groene sticker (voor de nazaten van Taco Betz). Op de sticker stond ook aangegeven of iemand tot de 3e, 4e of zelfs 5e generatie na Agaath of Taco behoorde. Aan de muren hingen de volledige stambomen uitgeprint, zodat iedereen kon zien hoe de familie in elkaar steekt en hoeveel nazaten er inmiddels zijn.
Een van de hoogtepunten van de middag was een lezing van historicus Ferrie Weeda, die ons een uur lang wist te boeien met de geschiedenis van Rotterdam en de plek die onze Vicarie vooral in de middeleeuwse geschiedenis inneemt. Een vaak wat onderbelichte periode uit de Rotterdamse historie.
Ferrie is niet alleen historicus, maar ook een rasechte Rotterdammer. Sinds zijn studietijd geeft hij rondleidingen en doet hij archiefonderzoek. Als publiekshistoricus verschijnt hij geregeld in video’s en podcasts (o.a. NPO/Innoversum) en vertelt hij het verhaal van de stad: van Erasmus tot Rotterdam als bingo-hoofdstad in de jaren tachtig. De lezing laat zich het best omschrijven als een wervelende one-man-show, met Rotterdam en onze Vicarie in de hoofdrol. De vaak vermakelijke beelden in zijn powerpoint, de zijpaden die Ferrie steeds insloeg en zijn hele performance maken het onmogelijk de lezing alleen in woorden te vangen. Met die disclaimer volgt hier een sterk verkort verslag van de lezing van Ferrie.
Verslag van de lezing van Ferrie Weeda
Waarom een verhaal over ca. 1500?
Vraag je iemand naar Rotterdam, dan komen meteen de Erasmusbrug en moderne architectuur in beeld. Het Rotterdam rond 1500 is minder zichtbaar in het stadsgeheugen, terwijl juist dáár een cruciale transformatie plaatsvond: van een middeleeuwse nederzetting naar koopmansstad. De Vicarie die aan het Sint-Jeroensaltaar in de Laurenskerk was verbonden, is een ideaal venster op die tijd, een soort tijdmachine die 500 jaar stadsgeschiedenis tastbaar maakt.
De setting: Dam in de Rotte en de Laurenskerk
Rotterdam ontstond rond de Dam in de Rotte (de plek van de huidige Markthal). Midden in de laatmiddeleeuwse driehoekige stad stond de Laurenskerk. Dit enige overgeleverde middeleeuwse monument fungeert als anker door alle latere gedaantewisselingen van Rotterdam heen: van middeleeuwse stad naar koopmansstad naar industriestad naar naoorlogse wederopbouw tot de postindustriële wereldstad die het nu is.
Wat was een vicarie?
In de late middeleeuwen werden zorg, onderwijs en armenzorg grotendeels door de kerk georganiseerd. Een vicarie was een kerkelijk fonds dat een priester (vicaris) financierde om missen te lezen voor zielenheil en vaak ook sociale doelen te steunen. Onze vicarie had een eigen altaar in de Laurenskerk met een prachtige, hele lange naam: De Vicarie ‘op het Sint-Jeroensaltaar, ter ere van de Heilige Drievuldigheid (Trinitas). Dit altaar stelde de heilige Jeroen van Noordwijk centraal (lees meer hierover op een andere plek op deze website); het vicariefonds plaatste daarboven nog een eigen devotieobject voor de Trinitas. Vandaar de lange naam.
Het drieluik met de oprichter van onze Vicarie
Op het altaar stond een groot schilderij, een drieluik, met op de zijluiken de stichtersfamilie, terwijl het middenpaneel was gewijd aan de genoemde Heilige Drievuldigheid (Trinitas). Het middenluik is helaas verdwenen, maar de zijluiken bestaan nog wel, zie ook de afbeeldingen. Het drieluik laat de familieleden duidelijk zien:
- Mannelijke familieleden rechts, met de oprichter van de Vicarie: Pieter Adriaansz. Karre en zijn zonen.
- Vrouwelijke familieleden links, met Marietje Dirksdr. Van Groenewegen.
- Overleden familieleden.
Niet alleen de priester, maar ook bezoekers in de kerk baden voor het zielenheil van de stichters en hun familie. Dit paste in die tijd bij het toenmalige geloofsbeeld van hemel, hel en vagevuur. Overleden familieleden werden dus ook herkenbaar weergegeven, zodat er niet alleen voor Karre en zijn familie, maar ook voor hun zielenheil gebeden kon worden.
Oudste afbeelding van Rotterdammers
Hoe leuk is het dat het drieluik van de familie Karre waarschijnlijk geldt als de oudste bewaard gebleven afbeelding van Rotterdammers. Erasmus, geboren in 1466, is weliswaar de bekendste inwoner uit die tijd, maar zijn portretten werden in het buitenland gemaakt en tonen hem als internationale geleerde. De Karre-panelen zijn daarentegen direct verbonden aan de Laurenskerk en het stedelijk leven in Rotterdam. Daarmee bieden ze het vroegste tastbare beeld van echte Rotterdammers in hun eigen stad.
Meer over de familie Karre: bestuurders en stichters
De vicarie werd in (of zelfs voor) 1516 gesticht door Pieter Adriaansz. Karre, een van de vier burgemeesters van Rotterdam. Hij kwam uit een familie die al decennia actief was in het stadsbestuur: burgemeesters, schepenen (wethouders) en leden van de vroedschap (gemeenteraad). Hij was getrouwd met Marietje (Maria) Dirksdr. van Groenewegen. Zij was de dochter van Dirk Simonsz. van Groenewegen, een invloedrijke Delftenaar. Daarmee verbond Karre zich door zijn huwelijk niet alleen aan de Rotterdamse elite, maar ook aan een machtige Delftse regentenfamilie. Via dit huwelijk kwamen de Karres terecht in een netwerk van brouwers, kooplieden en bestuurders dat zowel in Delft als in Rotterdam invloed had. Zo vertegenwoordigde de familie zowel de politieke als de economische elite van de stad. Uit zijn vermogen en opbrengsten van zijn landerijen (aan de Beukelsdijk) financierde Karre als collator de vicarie.
Zo functioneerde het altaar met drieluik niet alleen als religieus object, maar het bevestigde ook de status van de Karres in stad en kerk. Tegelijkertijd was het heel praktisch: uit de opbrengst van de vicarie werd door de collator van de Vicarie een vicaris, een priester, betaald voor het opdragen van missen. Als dank werd ook de opleiding van de priester uit de Vicarie betaald. Verder werden de fondsen uit de Vicarie gebruikt voor goede doelen. Zo verbond de familie hun naam aan zowel religieuze zorg als stedelijke welvaart.
Van middeleeuwse stad naar koopmansstad
Rond 1500 was Rotterdam nog klein en stond de stad in de schaduw van steden als Delft. Rivaliteit speelde zich af over handel en waterwegen (denk aan Delfshaven, ofwel: de haven van Delft die in feite bij Rotterdam lag). In de 16e,17e eeuw verschuift het perspectief: Rotterdam groeit door handel en scheepvaart, met de Laurenskerk als herkenningspunt in stadsgezichten. De religieuze en politieke breuklijnen van de Reformatie vallen samen met economische vernieuwing: nieuw bestuur, nieuwe economie, nieuw geloof.
Reformatie zonder beeldenstorm (maar mét gevolgen)
In Rotterdam vond in de Laurenskerk geen beeldenstorm plaats, maar veel katholieke objecten zijn in die tijd wel verkocht of verplaatst. Het middenstuk van het drieluik is in de periode verdwenen, misschien is het samen met de stichtingsbrief van de Vicarie meegenomen door de zoon van Karre, die tijdens de Reformatie de stad verlaat. Wie zal het weten? Wat we wel weten is dat de stad protestants werd, en de vicarie verschoof van kerkelijk-religieus fonds naar een wereldlijke familiestichting. Toch blijft het katholieke ontstaansrecht zichtbaar in de bronnen en terminologie.
Sporen in het archief
Na de omwentelingen blijven de vicariegoederen en -rechten onderwerp van correspondentie en juridische notities. Zo duiken verwijzingen op naar het vicarieland bij de Beukelsdijk/Blijdorpse polder en discussies over beheer en verhuur. Dit soort documenten laat zien hoe een laatmiddeleeuwse stichting zich aanpast en doorleeft in een veranderde, protestantse stedelijke context. Al beroepen ze zich – ruim na de reformatie – bij ontbreken van de stichtingsbrief en bij betwisting van hun eigendomsrechten op de pauselijke toestemming uit de beginperiode van de vicarie.
Slot
De Vicarie op het Sint-Jeroensaltaar is meer dan een voetnoot in de geschiedenis van Rotterdam: het is een springlevend reliek. Ze vertelt hoe Rotterdam zichzelf steeds opnieuw uitvindt en hoe een laatmiddeleeuwse stichting, een familie en een kerk samen een lange lijn trekken van devotie en zorg naar de stad die we vandaag kennen.
Wil je de lezing van Ferrie naluisteren? Stuur ons in dat geval een mail.
